Vanaf Rene z’n camperplaats rijden we verder richting het zuiden. In de buurt van Valencia strijken we neer op een camping die midden in de bergen ligt. We rijden via een veel te smal haarspeldbochten weggetje met enigszins klamme handjes omhoog, maar bereiken de plek zonder kleerscheuren. We parkeren Ollie op een mooie plek in de zon, zetten onze stoeltjes op en zitten een minuutje of wat later met alleen een t-shirtje in de zon. Kan allemaal in Europa, midden in de winter.
Vanaf de camping zijn er diverse gemarkeerde wandelroutes over het immense terrein dat bij de camping hoort, maar ook daarbuiten. Het is even wennen, dat Spaanse landschap. Het is droog, bruin, stenig, maar ook mooi. Eigenlijk het tegenovergestelde van Scandinavië. Het groen dat er is, hangt vooral aan naaldbomen en er staan allerlei planten die we niet bij naam kennen, maar die je in Nederland in rotstuintjes ziet staan. Cactussen zo hoog als bomen. Vetplanten zo groot als struiken.

Na al het gejakker over Franse B-wegen en de Péage is het heerlijk om even vijf dagen op één plek te kunnen blijven staan. De laatste nacht krijgen we een serieuze storm over ons heen. Anita vreest dat de bus gaat omkiepen – ik zeg dat dat niet kan – , maar van slapen komt weinig terecht. De volgende dag rollen we naar beneden over het weggetje dat eigenlijk best wel meevalt en zetten we koers naar de volgende plek.


Plaats een reactie