Een bruggetje te ver

Toen ik in 2016 voor het eerst het Rappadalen in Sarek zag, wist ik dat ik daar nog eens zou komen, maar dan met Anita. Dat dal, een delta van talloze meanderende stroompjes, midden in het wildste nationale park van Zweden – of Europa – , heeft een grote aantrekkingskracht op buitensporters. En nu waren we er in de buurt, precies tijdens het moment dat de berken goudgeel beginnen te verkleuren.

En dus verzamelden we onze spullen, kochten eten voor tien dagen, namen de drone, een statief en een telelens mee en gingen op pad. Mijn rugzak tikte de 20 kilo aan, die van Anita 17. Niks geks, hebben we al vaak zat gedaan. Dachten we.

Maar die kilo’s drukten op onze schouders, kneusden onze heupen, trokken door tot in onze nekken en we kwamen maar niet vooruit. We begonnen met anderhalf uur lopen, kwartiertje pauze. Dat werd al snel uurtje lopen, kwartiertje pauze, gevolgd door drie kwartier lopen, kwartiertje (of langer) pauze. En het echt technische terrein, waar de paden stoppen en de ondoordringbare wilgenbosjes en eindeloze blokkenvelden liggen, moest nog beginnen.

Kapot waren we na de eerste dag. En de tweede dag was minstens zo erg. ’s Avonds strompelden we naar het stroompje om een flesje water te halen. “We kunnen nog terug he!” zei ik tegen Anita, wetend dat er op een gegeven moment een ‘point of no return’ komt, waarbij de terugweg net zo erg is als de heenweg.

Toen kwam de regen. Wij vonden het wel best. Zesendertig uur in de tent liggen met af en toe een snel loopje buiten om wat water te halen. Ik las twee Zwagermans uit op de e-reader. Anita een spannend boek van weet-ik-veel-wie.

We hadden – gek genoeg – nog een streepje 4G bereik. Ik appte met Martijn, vriend en getuige op onze bruiloft en buitensportkameraad sinds mijn studententijd. “Het Rappadalen ligt er al 150.000 jaar he?” schreef hij. “Dat ligt er nog wel effe.”

En zo draaiden we om. De eerste twintig minuten hadden we nog spijt, maar toen begon het gewicht weer te duwen en te trekken. Na nog eens twee dagen afzien kwamen we weer bij de bus. Niet met het rozige gevoel van overwinning dat we normaal wel hebben.

Vroeger liepen we met relatief gemak met 20 kilo, of soms nog veel meer, vooral tijdens alpiene tochten. “Ik heb lichtere gear nodig”, beklaagde ik me bij Anita. “Nee”, zei ze, “we moeten gewoon harder trainen.” Feit is dat die kilo’s echt zwaarder lijken nu we niet meer de jongsten zijn.

De ironie is dat we extra foto- en video-apparatuur meenamen voor het Rappadalen, maar door die extra kilo’s kwamen we er niet. We maakten allerlei plannen om met een lichtere rugzak het gewoon nog een keer te proberen, maar het vooruitzicht om het Kungsleden boven Kvikkjokk nog een keer te moeten lopen, spreekt ons echt helemaal niet aan. We beraden ons nog…

6 reacties op “Een bruggetje te ver”

  1. Haha, niet meer de jongsten(herkenbaar). Het voordeel daarvan is dat je ook milder wordt en andere keuzes maakt zoals jullie nu hebben gedaan. Ik hoop dat jullie toch positief kunnen terugkijken op het “pad” dat jullie gelopen hebben en de inzichten die jullie kregen.
    Misschien ooit nog eens met lichter gewicht….

    Like

    1. Ja hoor, het is al zo vaak gebeurd dat we niet konden doen wat we gepland hadden. Dat is inherent aan dit soort trektochten. Maar we zien het ook als een incentive om toch nog wat fitter te worden en vooral ook zolang mogelijk te blijven.

      Like

  2. Knap om om te draaien van jullie! Er zijn grenzen en die ben je tegen gekomen! Het moet vooral wel ‘leuk’ blijven👍

    Like

    1. Nou, dat is inderdaad een hele goede. We doen het per slot van rekening voor onze lol.

      Like

  3. Jeetje, maar 20 kilo is ook heel veel. En dat heb je wel nodig als je ook veel fotoapparatuur mee moet nemen. Alles bij elkaar toch nog 6 (?) daar doorgebracht en dat is niet niks. En een mooi vooruitzicht om dat nog eens te doen.

    Like

    1. Een volgende keer kijken we kritischer naar wat er echt mee moet en door wat voor terrein we het moeten meenemen. Het was dus op z’n minst een goede les voor ons 😉

      Like

Plaats een reactie