Na een nacht zonder noemenswaardige slaap rijden we, nog steeds in de storm, een beetje slingerend over de autopista verder richting het zuiden. Een bus van zes meter lang en twee meter zestig hoog, maakt toch een oppervlakte van ruim vijftien vierkante meter waar de wind mee kan spelen. We hadden het stuur hard nodig om op de weg te blijven, laten we het daar maar op houden.

Tussen Murcia en Almeria, maar dan een kilometer of dertig landinwaarts, vinden we een nieuwe plek van bestemming. Een camping, gerund door Nederlanders. Niet dat we daar specifiek naar op zoek zijn, integendeel eigenlijk, maar de typische Spaanse campings liggen aan de kust en zijn krap bemeten. Bovendien zitten die campings vaak vol met overwinteraars, terwijl je enkele kilometers landinwaarts veel mooiere campings vindt. Het staan op een camping is voor ons ook nog even wennen. In Scandinavia vind je de mooiste plekken waar je gewoon mag staan, maar in Spanje is dat lastiger. Bovendien moet er ook nog gewerkt worden en dan is het voortdurende rijden, zoeken, parkeren-met-de-waterpas en alles weer een beetje in ‘woon modus’ zetten te onrustig om ook nog productief te zijn.

We staan hier wederom midden in de bergen waar voornamelijk amandelbomen staan. Het is er heerlijk stil en wederom kan er vanaf de camping uitstekend gewandeld worden. Iets wat we elke dag met veel plezier doen. Nadat de storm is gaan liggen, zijn er dagen dat we in een t-shirtje voor de bus kunnen zitten, maar er zijn ook dagen dat we overdag met dikke donsjas onze wandeling maken. De verschillen zijn ongelofelijk groot in deze tijd van het jaar. ’s Nachts slaat regelmatig de kachel aan om te voorkomen dat ons leidingwerk bevriest. Overdag wordt het, volledig op zonne-energie, soms een graad of 26 binnen. En ook heel prettig: het is pas om zeven uur donker.



Geef een reactie op Willem van der Kloet Reactie annuleren