Niet alles in Spanje is mooi. De kust rondom Almería is bezaaid met plastic kassen. Zo’n 30.000 hectare van dit gebied wordt gebruikt om groente en fruit te verbouwen. Vanuit de bus zagen we dat zo’n beetje elke vierkante meter die maar enigszins vlak is een plastic dakje heeft gekregen. Zelfs vanuit de ruimte is het gebied te herkennen: rondom de stad zie je een grote witte vlek.
Nu zijn er altijd meerdere kanten aan een verhaal. Aan de ene kant zorgen deze plastic kassen er sinds halverwege jaren ’60 voor dat het gebied een aanzienlijke economische groei heeft doorgemaakt (economische groei is wat ons betreft overigens niet per definitie iets positiefs, maar dat is een andere discussie). En een groot deel van de groente die je hier koopt (maar ook in Noord-Europa), komt simpelweg uit deze kassen. Mensen moeten eten, nietwaar?

Maar er zijn ook nadelen. Plastic kassen zijn allesbehalve duurzaam. Een degelijke glazen kas, zoals je die in het Westland overal tegenkomt, kan tientallen jaren meegaan. Plastic verweert, krijgt gaten en scheuren, waait stuk en belandt vervolgens in de natuur. Maar de arbeidsomstandigheden zijn ook niet te vergelijken met die in het Westland. De lage plastic kassen met beperkte luchtcapaciteit zorgen voor primitieve werkomstandigheden. Voornamelijk (illegale) arbeidsmigranten uit Afrika plukken de komkommers. Ze wonen in krotten en hutjes rondom de kassen.
Als we het dan toch over plastic hebben: ook op het gebied van zwerfafval valt er hier nog enorm veel te winnen. Het is werkelijk ongelofelijk hoeveel troep er hier in de bermen ligt. Waar we ons in Nederland al vaak verbaasden (lees: ergerden) aan zwerfvuil, is dat hier vele, vele malen erger. Leegstaande rivierbeddingen worden gebruikt om afval in te dumpen. Als het regent, wordt het immers vanzelf weer ‘opgeruimd’. Wij vonden het niet erg om deze streek weer achter ons te laten.


Geef een reactie op anitaenjoeri Reactie annuleren