Grote meren hebben meerdere gezichten. Eergisteren stapten we met beladen packrafts het Suorvajaure op, waar de golven al zeker een halve meter aantikten – daarvan om begrijpelijke redenen dus ook geen foto’s -. Hoewel die omstandigheden nog ruim binnen onze vaardigheden vallen, moet je wel weten wat je doet. Een dag later was datzelfde meer bij vlagen spiegelglad. Dat laatste peddelt niet alleen heerlijk ontspannen, maar je kunt ook prachtig naar de bodem kijken, als je langs de kant vaart.

We vonden een schitterende kampeerplek op een vlak grindstrand, vlak bij de waterlijn. Net toen we bijna in slaap sukkelden bij ons boek, viel er een oranje streep licht op het tentdoek. Het licht was zoals je in de eerste kleurenfilms zag: als je niet beter zou weten, zou je zeggen dat het nep was. Het mooie van kamperen (wat wij met onze bus doen, noemen wij dus ook geen ‘kamperen’, maar ‘camperen’) is dat je alles wat buiten gebeurt voor de volle honderd procent meemaakt.

Stora Sjöfallet is ook vanaf het water ongelofelijk mooi. Sterker nog, we hebben niet eerder in zo’n rauwe, bijna alpiene omgeving gevaren. En als je bedenkt dat we nu nog maar een klein deel van het nationale park hebben gezien én dat er nog twee andere, nog grotere nationale parken aan dit gebied grenzen, snap je dat we hier nog jaren zoet kunnen zijn.

Geef een reactie op Jolanda Reactie annuleren