Als je geen specifieke verwachtingen hebt van een tocht, of een gebied, is de kans dat je positief verrast wordt groter dan wanneer je wél verwachtingen hebt. Het Pärlälven gebied stond al op onze radar in 2016, maar omdat we na drieënhalve maand peddelen en lopen op ons tandvlees liepen, sloegen we het over. “Doen we volgende keer wel” zei ik toen. Maar hoe vaak kom je met je kano nou in de buurt van Jokkmokk? Niet dus.

Na 45 kilometer stuiteren over slechte gravelwegen, zochten we een plek om Ollie een paar dagen te kunnen parkeren. We reden het terrein op van een grijs houten huis waar mensen buiten op de veranda zaten. Of meneer misschien wist waar we onze bus konden parkeren? Nou, dat mocht op zijn grasveld, aan het water en zo lang als we wilden. Hadden we ook stroom nodig? Een kwartiertje later deelden wij onze whisky en zij hun verhalen. Janne (helemaal links) is deels Sami en bewoont met zijn twee zoons Jonas (midden) en Rasmus (rechts) een zomerhuis in de buurt van Karats. We moesten alles zien: de keuken, de woonkamer, de messen en lepels die hij zelf maakt én het huis van z’n beste vriend Lars, die z’n bier in een luik onder de grond bewaart en het net zo graag uitdeelt als opdrinkt. Het was voor het eerst dat ze toeristen over de vloer hadden, zeiden ze. Volgend jaar móeten we terugkomen, maar dan al in april, want dan is het het mooist, weet Janne. We hadden een topavond en dat nota bene op Anita d’r verjaardag.

Met eten voor een week stapten we in onze packrafts en peddelden het immense Karatsjaure op. En vanaf dat moment werden verwachtingen en ervaringen met elkaar vergeleken. Het gebied werd omschreven als een van de meest desolate gebieden van Zweden dat bovendien totaal onontdekt is door toeristen. Dat laatste klopt absoluut. Maar een van de meest desolate gebieden? Wij vonden Rogen, drie dagen rijden naar het zuiden, veel desolater, omdat het vrijwel onmogelijk is om daar met alles groter dan een kano te komen. Op het Karats meer wordt enthousiast gevist door de locals en die doen dat in een motorbootje. En we snappen waarom: zodra je enigszins tegenwind hebt, is er op zo’n meer niet meer tegenaan te peddelen.

We bleven drie nachten op het meer en hadden het enorm naar onze zin, ondanks de (te) hoge verwachtingen. We ontdekten een verlaten Sami hut, vonden geweien van rendieren, zagen visarenden vis vangen, plukten bosbessen en zaten ook af en toe met een boek aan het water. We hadden best wat langer willen blijven, maar we wilden niet het risico lopen met tegenwind terug te moeten varen én er ligt nog wat werk te wachten. Het zou best kunnen zijn dat verder op het meer, na een paar kilometer overdragen en zwoegen door kreken, die desolate wildernis er wel is. Misschien moeten we er dus nog eens naartoe als we nog meer tijd hebben.

De herfst is hier inmiddels aangebroken en we willen absoluut in Sarek zijn om deze ‘Indian summer’ te kunnen meemaken. Opvallend genoeg werden we de laatste dagen bij het ontbreken van wind compleet lek gestoken door alle mogelijke muggensoorten. Ook dat maakte de beslissing om er geen hele week te blijven iets simpeler. We gaan nu even werken en dan naar Kvikkjokk om aan onze Sarek tocht te beginnen. Als die knie tenminste een beetje meewerkt…

Geef een reactie op anitaenjoeri Reactie annuleren