In het zuiden van Noorwegen bleef het lastig om plekken te vinden voor onze bus en we besloten om vier dagen op een camping neer te strijken om vervolgens de rest van de route naar Ålesund in twee dagen te rijden. Op die camping konden we weer sporten, douchen en hoefde er niet zo gek veel. Het was er heerlijk toeven.
We reden, op aanraden van de boer die de camping runde, de weg naar Ålesund in één lange dag om te voorkomen dat we midden op de belangrijkste feestdag van Noorwegen zouden aankomen. In Ålesund stonden we op een fijne, maar vrij dure camperplaats aan het water en zagen we hoe de Noren hun 17e mei (de dag van de democratie) vieren. Een paar dagen later begon dan eindelijk onze zeekajaktraining waar we al zo lang naar uit hadden gekeken.

Eerlijk gezegd viel het de eerste dag bepaald niet mee. Wij dachten dat het varen in een open kano en packraft al veel gedoe en gesleep betekent, maar zeekajakken is daar echt de overtreffende trap van. Niet alleen zijn zeekajaks ontzettend zwaar (tenminste, die plastic boten waar wij in peddelden), maar het peddelen in zout water houdt ook in dat je elk uitrustingsstuk na gebruik grondig dient uit te spoelen. Mijn idee om zeekajakken te combineren met het busleven, liet ik die dag meteen al varen, om maar in zeemanstermen te blijven praten.
De nadruk op de eerste dag lag op reddingstechnieken, oftewel, hoe kom je je kajak weer in als je om bent gegaan. Het is behoorlijk tegennatuurlijk om, terwijl je vast zit in een kajak, jezelf om te gooien en er van uit te gaan dat je je spatzeil tijdig los krijgt, maar het hoort er bij. Na een dag best wel afzien zat Anita onder de blauwe plekken en moesten we onze druipend natte wollen onderkleding zien te drogen in de bus. Bovendien bleek mijn actioncam niet bestand te zijn tegen zout water: die is helaas geruïneerd.

Foto: Uteguiden, Philip Mansfield.
De tweede dag was een stuk beter: niet alleen kregen we drysuits voor die dag, maar ook werd er meer gevaren en bleken we dankzij de oefeningen al een stuk vaardiger te zijn geworden in de reddingstechnieken. We balanceerden op de boeg, de steven en stonden zelfs op twee benen op het dek van de kajak. Aan het einde van de dag waren we moe en tevreden en bovendien in het bezit van een ‘Wet card’, waarmee we aan kajakverhuurders kunnen laten zien dat we veilig op pad kunnen met een zeekajak.
We realiseren ons dankzij deze ervaring opnieuw hoe prettig het peddelen op zoet water is. Door de training hebben we onze peddeltechniek met de dubbele peddel, die we met het packraften ook gebruiken, kunnen aanscherpen. Bovendien weten we nu dat we met onze packrafts regelmatiger aandacht moeten besteden aan reddingstechnieken. Het kan je leven redden. Met andere woorden: we hebben veel geleerd. Daarnaast was het ontzettend leuk om deze training van Philip te hebben gehad: we zijn vroeger collega’s van elkaar geweest en het was leuk om hem hier als een vis in het water te kunnen zien. Als je dit leest Philip: je bent echt een fantastische instructeur en een fijn mens.
We zijn inmiddels onderweg naar het oosten.

Geef een reactie op René Reactie annuleren